Sardijnse druiven

Van deze druiven worden de Sardijnse wijnen gemaakt

Monica

Cannonau

De Cannonau werd in de 14e eeuw door de Spanjaarden in Sardinië geïntroduceerd en is de meest populaire rode druif op Sardinië: de teelt van deze druifsoort is wijdverspreid over heel het eiland en beslaat een totale oppervlakte van ongeveer 14.000 hectare. Het is goed voor 30% van de Sardijnse druiventeelt en in de provincie Nuoro (centraal Sardinië) neemt deze hoeveelheid maarliefst toe tot 70%. Over de oorsprong van de Cannonau druif bestaat tot op heden nog een hoop discussie. Buiten Sardinië wordt gedacht dat de Cannonau hetzelfde druivenras is als de Grenache uit Frankrijk of de Garnacha uit Spanje (en dus hier vandaan komt), echter zal een Sardijn je altijd vertellen dat de Cannonau een authentieke Sardijnse druifsoort is. De wijnen van de Cannonau druif hebben een geconcentreerde en intense smaak met fruitimpressies (aardbei, kers en bosbes) en worden gekenmerkt door het relatief hoge percentage aan alcohol.


Image

Image

Monica

Monica

De Monica behoort tot een van de oudste Sardijnse wijnstokken. De wijnbouw van dit druivenras vindt plaats over het gehele eiland. Zijn oorsprong is omstreden: een van de meest overtuigende theorieën is dat de druif rond de elfde eeuw op Sardinië kwam, toen de Camaldolese monniken het land om hun kloosters begonnen te bewerken. Een andere theorie beschrijft de introductie van de Monica tijdens de Spaanse overheersing onder de naam Morillo danwel Mora, waardoor de druif in sommige delen van het eiland de ‘Monica van Spanje’ of ‘Mora druif’ wordt genoemd. De wijnstok heeft het beste productiepotentieel op grond met een samenstelling van kalksteen in heuvelachtig gebied wat goed blootgesteld wordt aan de zon. In wijn welke uitsluitend wordt gemaakt van de Monica druif vindt men frisse geuren van bramen en kersen, rood fruit en een delicate kruidigheid. De smaak is aangenaam warm en zacht. Met de Monica worden twee soorten DOC wijnen gemaakt: Monica di Sardegna en Monica di Cagliari.

Image

Monica

Nuragus

Onder de witte druiven van Sardinië, is de Nuragus nog steeds de meest geteelde druif. De aanwezigheid van dit druivenras is voornamelijk geconcentreerd in de provincies Cagliari en Oristano (zuidoost en west Sardinië). De oorsprong van de Nuragus druif gaat ver terug in de tijd; het is een van de eerste rassen die in Sardinië werd geïntroduceerd. Waarschijnlijk waren het de Fenicische zeevaarders die de druif naar Sardinië hebben meegenomen. De wijnstok van de Nuragus heeft een goed aanpassingsvermogen aan elk type terrein en is tevens goed bestand tegen schimmels. Daarnaast geeft de Nuragus een hoge productiviteit van wijn. De wijnen van de Nuragus hebben zijn stro gekleurd en hebben frisse aroma’s van witte bloemen, groene appel en citrus. De wijn is aangenaam verfrissend. Sinds 1975 wordt de Nuragus van Cagliari als DOC wijn erkend.


Image

Image

Monica

Vermentino

De Vermentino is onder de witte druiven het meest typerende ras voor de wijnproductie op Sardinië. Vanuit het Iberisch schiereiland is dit druivenras via Corsica aan het einde van 1800 aangekomen in Sardinië. De Vermentino is over het hele eiland te vinden, maar groeit het beste in de Gallura streek (noordoost Sardinië). Het telen van de Vermentino vereist geen bijzondere bodem- of klimaateisen, maar geeft wel de voorkeur aan een granietbodem. De wijn van de Vermentino uit Sardinië is een unieke wijn die niet wordt gevonden in andere Italiaanse / buitenlandse wijnen die tevens van de Vermentino druif worden geproduceerd. De Vermentino wordt onder andere gebruikt voor de productie van de DOCG Vermentino di Gallura.

Image