Sardinie

SardiniŽ (Italiaans: Sardegna) is een Italiaans eiland in de Middellandse Zee. Het ligt pal ten zuiden van het eiland Corsica, ten westen van de Laars van ItaliŽ, en ten noorden van TunesiŽ. Met haar 24.090 km≤ is het na SiciliŽ het grootste eiland van de Middellandse Zee, en heeft ongeveer 1,65 miljoen inwoners. Sardinie heeft acht provincies, te weten: Cagliari, Carbonia-Iglesias, Medio Campidano, Nuoro, Ogliastra, Olbia-Tempio, Oristano en Sassari. De hoofdstad van SardiniŽ is Cagliari, een stad die in het zuiden van het eiland ligt. SardiniŽ is tevens een autonome regio binnen de Italiaanse Republiek.

Klimaat
Het eiland heeft een subtropisch, mediterraan klimaat. De zomers kunnen zeer warm worden, en de winters zijn doorgaans mild, maar waarbij sneeuw in de bergen geen uitzondering is. De kustregionen blijven doorgaans van sneeuw gevrijwaard. Daarnaast staat het eiland altijd onder invloed van de wind: maestrale, sirocco, libeccio of levante.

Talen
Naast Italiaans spreekt een groot deel van de bevolking van het eiland Sardisch, ook wel Sardijns genoemd. De officiŽle taal is tegenwoordig Italiaans, maar Sardisch wordt nog steeds gesproken en traditioneel gebruikt in zang en muziek. Ook op literair gebied wordt de taal steeds vaker gebruikt, hoewel er geen officiŽle spelling is afgesproken. In het Sardisch heet SardiniŽ ĎSardignaí, ĎSardinnaí of ĎSardinniaí. De Grieken noemden het eiland ĎIchnoussaí, waar de naam ĎIchnusaí van het huidige bier vandaan komt.

Geschiedenis
Het oudste wat men op SardiniŽ heeft gevonden zijn stenen werktuigen uit 180.000-120.000 v.Chr.. Deze vondsten zijn gedaan in de buurt van Perfugas, een plaatsje in het noorden van SardiniŽ. Helaas is er over deze periode niet veel bekend, maar men weet wel meer over de jonge steentijd. In de periode van 6.000 Ė 2.000 v.Chr. werden er ingewikkelde grafkamers in vulkanisch gesteente uitgehouwen. Dit gebeurde langs de noordkust van SardiniŽ. Ook zijn er dolmen (een soort hunebedden) en menhirs (grote rechtopstaande stenen) uit deze periode gevonden. Bovendien zijn er op verscheidene plaatsen verspreid over SardiniŽ wapens en overblijfselen van woningen gevonden die uit de jonge steentijd afstammen.
De steentijd werd gevolgd door de nuraghecultuur die rond 1800 v. Chr. ontstond. In deze periode werden bepaalde typische stenen torens gebouwd, nuraghi. Men vermoedt dat de nuraghi gebruikt werden als woningen, maar ook om protectie te geven aan de bevolking indien er gevaar was. Onbekend is hoe de nuraghi gebouwd zijn, vooral hoe de grote stenen die de structuur van een nuraghe vormen, zijn getild. In totaal zijn er zoín 7000 nuraghi bewaard gebleven, die overal op SardiniŽ te vinden zijn.
In het begin van de achtste eeuw werden de eerste steden op SardiniŽ gesticht, onder andere Olbia en Karalis wat het huidige Cagliari is. De steden kwamen voornamelijk op vanwege de groeiende handel van mineralen en granen van SardiniŽ in het Middellandse Zeegebied. De eerste steden waren om deze reden bijna altijd aan de kust gelokaliseerd, wat strategisch erg gunstig was.
In 227 v. Chr. namen de Romeinen SardiniŽ over wat leidde tot grote ontwikkelingen in steden en in de infrastructuur. Voor de Romeinen was SardiniŽ samen met SiciliŽ een belangrijke graanschuur. Maar later schepte SardiniŽ voor de Romeinen een steeds negatiever beeld, vanwege de vele moerassen en de malariamuggen. Vandaar dat de het eiland uiteindelijk als verbanningsoord werd gebruikt door de Romeinen.
Na de val van het Romeinse Rijk is SardiniŽ nog vele malen bezet geweest door andere volkeren en landen. Allereerst hebben de Byzantijnen nog op SardiniŽ geheerst, tot de macht van dit volk zodanig was verzwakt dat SardiniŽ zich weer vrij had gevochten. Hiermee begon de Sardijnse riddertijd. Helaas bleven er wel de invallen vanuit Spanje en van de Arabieren bestaan, waardoor de Sardijnen waren aangewezen op hulp vanuit Pisa en Genua. Dit hield de Arabieren en Spanjaarden op afstand, maar het gaf de Italianen die hun hulp verleenden, veel macht en invloed. Uiteindelijk is SardiniŽ tot 1708 bezet geweest door de Spanjaarden die het eiland weer hadden teruggewonnen. Dit leidde tot onderdrukking van het Sardijnse volk; een onafhankelijk SardiniŽ was nog altijd ver te zoeken. Na verzwakking van het Spaanse Rijk heeft SardiniŽ als laatste onder de macht gestaan van het Huis van Savoye-Piemonte.
De onderdrukkingen en overheersingen hielden op toen op 17 maart 1861 het Italiaanse koninkrijk werd gevormd. Helaas was SardiniŽ niet erg geliefd en had de minister-president van toen, Cavour, het eiland liever aan Frankrijk gegeven.
Er zijn in de twintigste eeuw vele pogingen gedaan om de economische situatie van SardiniŽ te verbeteren. Zo bouwde dictator Mussolini nieuwe steden als Carbonia en Fertilia en creŽerde nieuwe industrieŽn, maar het mocht niet baten. De pogingen om werkgelegenheid te verhogen mislukten vanwege de hoge transportkosten, waardoor de emigratie toenam. Pas na de Tweede Wereldoorlog begon SardiniŽ te ontwikkelen door zich te richten op toerisme wat de economie bevorderde.

Traditionele klederdracht
Er zijn vele verschillende kostuums in SardiniŽ, bijna ieder dorpje heeft zijn eigen soort traditionele kleding. De kostuums zijn jaren terug met de hand gemaakt en zijn van generatie op generatie in de familie doorgegeven. Om deze reden zegt een kostuum iets over afkomst en identiteit van de drager ervan. De techniek die men gebruikte om de kostuums te maken, wisselde per familie. Maar bij elk kostuum was het maken ervan niet eenvoudig en vroeg het heel wat kennis en geduld. In het dagelijks leven lopen weinig Sardijnen in traditionele kleding, slechts enkele ouderen dragen het nog. Maar op feestdagen, zoals dorpsfeesten, gaan vele Sarden trots traditioneel gekleed. De feestdagen zelf hebben vaak ook een historische betekenis.

Eten en drinken
SardiniŽ heeft een eigen en heel typische keuken. Het is een mix bestaande uit vis en zeevruchten vanuit de kustregio, en vlees vanuit de binnenlanden. Door de eeuwen heen zijn de traditionele gerechten samen gebruikt, wat leidde tot een unieke keuken. Er zijn ook enkele lokale producten die nergens anders worden geproduceerd dan op SardiniŽ zelf. Een voorbeeld hiervan zijn de Ďdolci sardií, ofwel sardijnse koekjes. Ze zijn er in allerlei soorten en worden vaak gemaakt van deeg gevuld met marmelade of van amandel en honing. Een tweede voorbeeld is de Sardijnse likeur, mirto. Hiervan bestaan 2 varianten; mirto rosso dat gemaakt is van bessen van de mirte en mirto bianco dat gemaakt is van de bladeren en takken van de mirte.

Klik hier voor een fotoimpressie van Vini Sardi en voor de foto's van afgelopen proeverijen.





Copyright Vini Sardi 2009 | Site by Insite E-Solutions & DTP