Sardijnse druiven en wijnen

SardiniŽ is niet een heel bekende wijnstreek, maar een echte kenner zal weten dat er op dit inheemse eiland unieke wijnen vol karakter worden geproduceerd. De droge grond op het eiland maakt de druiventeelt niet altijd gemakkelijk. Echter weet de Sardijnse bevolking prima om te gaan met dit mediterrane klimaat en produceert het heerlijke verfrissende wijnen.

Geschiedenis van de wijnbouw
Op SardiniŽ is de druiventeelt voor het eerst geÔntroduceerd door de Feniciers in de achtste eeuw voor Christus. Deze Feniciers vestigden zich vooral aan de kustgebieden van Cagliari, Sulcis en Sinis, om zo ook goed gebruik te kunnen maken de geografisch gunstige positie voor ruilhandel. Na de Feniciers zijn er nog vele andere volken gekomen, zoals Grieken, Carthagers, Romeinen en Spanjaarden, die allen een grote invloed hebben gehad op de Sardijnse wijnbouw. Vooral de Spanjaarden hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de wijnbouw op SardiniŽ. Zij veroverden SardiniŽ in de dertiende eeuw en zijn gebleven tot in de achttiende eeuw. Dit verklaart de verwantschap tussen de Sardijnse en Spaanse wijnen. Maar ieder volk dat SardiniŽ bezette, nam zijn eigen druivenstokken en invloed op wijnbouw mee naar het eiland. Hierdoor vertoont de huidige wijnbouw een enorme variatie en is het een mix van de meest uiteenlopende en exotische druiven en wijnen.

Huidige wijnbouw: bodem en klimaat, wijnen etc.
Tegenwoordig vormt de wijnbouw op SardiniŽ het belangrijkste deel van de landbouw, hoewel dit zoín twintig jaar geleden nog niet zo was. Voorheen waren er een aantal zoete wijnen die zelfs buiten SardiniŽ werden geproduceerd. De reden hiervan was dat men op SardiniŽ nog onvoldoende vinificatietechnieken bezat. Bovendien was er ook geen geld voor grote investeringen en moderne apparatuur. Gelukkig is hier de afgelopen vijftien jaar veel verandering in gekomen en heeft SardiniŽ nu haar eigen wijncultuur. Tegenwoordig bestaat zoín 43.000 hectare grond van SardiniŽ uit druiventeelt, waarmee ongeveer 3.500.000 hectoliter wijn per jaar wordt geproduceerd. Deze grond bestaat vooral uit graniet, kalk, grind, klei en rotsgesteente. De grond is erg droog, wat op zijn tijd voor de nodige problemen kan zorgen voor de wijnbouw. Bovendien breken er regelmatig wijnstokken vanwege harde wind. Men heeft hier uiteraard oplossingen voor gezocht, waardoor wijnbouw nu op SardiniŽ goed mogelijk is.

Wijnwetgeving

Als traditioneel wijnland produceert Italië al eeuwen lang wijn. Tot de 19de  eeuw werd Italiaanse wijn met name lokaal en regionaal geconsumeerd. In de 19de eeuw gaven de techniek en industrialisering een enorme impuls aan de wijnhandel en werd wijn een volwaardig handelsproduct. Met het ontstaan van een mondiale wijnmarkt groeide ook de noodzaak om een zekere garantie te bieden over de herkomst van wijnen. In het huidige systeem bestaan er van laag naar hoog vier classificaties:

  1. Vino da Tavola (VdT)
  2. Indicazione Geografica Tipica (IGT)
  3. Denominazione di Origine Controllata (DOC)
  4. Denominazione di Origine Controllata e Garantita (DOCG).

Hoe hoger de klasse, aan hoe meer voorschriften de wijn moet voldoen.

In navolging van het Franse Appellations d'Origine Contrôlées, werd in 1963 de Denominazione di Origine Controllata in Italië ingevoerd, de gecontroleerde oorsprongsbenaming voor wijnen uit wettelijk vastgestelde productiezones en gemaakt volgens wettelijk vastgestelde productievoorschriften. Met de introductie van de Denominazione di Origine Controllata, kortweg DOC, werd er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen kwaliteitswijn en tafelwijn. De DOC wijnen werden als wijnen met een gecontroleerde oorsprongsbenaming namelijk ondergebracht bij de tevens ingevoerde Vini di Qualità Prodotti in Regioni Determinate (VQPRD), ‘kwaliteitswijnen geproduceerd in vastgestelde regio’s’.

Een wijn met een DOC status is afkomstig uit een wettelijk vastgestelde productiezone en is verbonden aan strenge productievoorschriften. Binnen een zone met een DOC status zijn meerdere wijnproducenten actief, waardoor de gecontroleerde oorsprongsbenaming van een wijn kan worden gezien als een collectief merk. De specifieke productievoorschriften waaraan wijnproducenten uit eenbepaalde afgebakende zone zich verbinden, hebben belangrijke consequenties voor de kwantiteit, de kwaliteit en de karakteristieken van een wijn.
In de productievoorschriften zijn de volgende punten opgenomen:

  1. De afbakening van de productiezone;
  2. De vereiste en toegestane druivenvariëteiten, uitgedrukt in percentages;
  3. Een omschrijving van de bodemgesteldheid;
  4. De maximale druivenopbrengst per wijnstok per hectare en de maximale wijnopbrengst;
  5. Het minimale en maximale toegestane alcoholgehalte;
  6. De vinificatietechnieken, rijpingstijd en rijpingswijze;
  7. De basiskarakteristieken van de wijn in kleur, geur en smaak;
  8. Het toegestane zuurgehalte en de toegestane hoeveelheid eventuele restsuikers;
  9. Een verplichte vermelding op het etiket van de gecontroleerde oorsprongsbenaming en de naam van de productiezone

In 1980 werd de Denominazione di Origine Controllata e Garantita (kortweg DOCG) ingevoerd, eveneens ondergebracht bij de groep van kwaliteitswijnen, de VQPRD. Een wijn met een DOCG status biedt in vergelijking met een DOC wijn een extra kwaliteitsgarantie. Voor het mogen dragen van een DOCG status moet een wijn minstens een ‘leertijd’ van vijf jaar doormaken als een DOC wijn. Daarnaast moet een DOCG wijn aan nog strengere productievoorschriften voldoen dan een DOC wijn. Een belangrijk verschil is het voorschrift over de maximale druivenopbrengst per hectare. Bij een DOCG wijn is de maximaal toegestane druivenopbrengst per hectare lager dan bij een DOC wijn, omdat dit de kwaliteit van de wijn ten goede zou komen. Tenslotte moet een DOCG wijn een tweetal testen doorstaan; een chemische test tijdens de productiefase en een proeftest na botteling.

In tegenstelling tot wijnen met een DOC of DOCG classificatie, valt tafelwijn of Vino da Tavola (VdT) volgens het classificatiesysteem niet onder de VQPRD. De productie van tafelwijn is niet aan voorschriften verbonden, afgezien van de standaard regelgeving wat betreft de hygiëne en veiligheid. Voor de productie van tafelwijn mogen druiven afkomstig uit verschillende gebieden van Italië worden gebruikt (of zelfs daarbuiten) en is men vrij zijn eigen druivenvariëteiten te gebruiken.

In 1992 werd tussen de DOC en de tafelwijn (VdT) een nieuwe categorie geïntroduceerd: Indicazione Geografica Tipica (IGT), ofwel ‘indicatie van geografische oorsprong’. De IGT garandeert de herkomst van de druiven (minimaal 85 procent moet afkomstig zijn uit het vastgestelde geografische gebied) en laat de wijnproducent vrijer in zijn vinificatiemethode dan het geval is bij de DOC en DOCG.

Anno 2012 had Sardinië 15 IGT wijnen, 20 DOC wijnen en 1 DOCG wijn.

IGT-wijnen: Barbagia, Colli del Limbara, Isola dei Nuraghi, Marmilla, Nurra, Ogliastra, Parteolla, Planargia Provincia di Nuoro, Romangia, Sibiola, Tharros, Trexenta, Valle del Tirso, Valli di Porto Pino.

DOC-wijnen: Alghero, Arborea, Cagliari, Campidano di Terralba of Terralba, Cannonau di Sardegna, Carignano del Sulcis, Girò di Cagliari, Malvasia di Bosa, Malvasia di Cagliari, Mandrolisai, Monica di Cagliari, Monica di Sardegna, Moscato di Cagliari, Moscato di Sardegna, Moscato di Sorso-Sennori, Nasco di Cagliari, Nuragus di Cagliari, Sardegna Semidano, Vermentino di Sardegna, Vernaccia di Oristano.

DOCG-wijn: Vermentino di Gallura

 

Druiven

Bovale
De rode druif Bovale bestaat uit twee verschillende varianten: de Sardijnse Bovale (Bovaleddu / Bovale Sardo) en de Spaanse Bovale (Bovali Mannu / Bovale Grande). De druif is op Sardinie rond 1300 aangekomen vanuit het Iberisch schiereiland. De Sardijnse Bovale vinden we in bijna elke wijnbouwgebieden in Sardinië, maar vindt zijn beste tot uitdrukking in Nuoro en Oristano. De wijnstok van de Spaanse Bovale wordt vooral vertegenwoordigd in Oristano. De Spaanse Bovale wordt in de productie van wijn vaak gecombineerd met andere rode druiven. De resulterende wijn wordt gekenmerkt door zijn rijkdom aan concentratie, alcohol en de complexiteit van de polyfenolen (tannines). De Bovale Sardo wordt onder andere ook gebruikt voor de productie van Mandrolisai DOC, waarin tevens de Monica en Cannonau druif zitten verwerkt.

Cagnulari
Dit oude en typische druivenras vindt zijn omgeving in een klein gebied gelegen ten noordwesten van de provincie Sassari. Deze rode druif is daar aanwezig voor een aanzienlijk deel aanwezig in de wijngaarden (13%). Het geeft de voorkeur aan zonnige terreinen met kalkhoudende klei. Het heeft affiniteit met de Sardijnse Bovale, waardoor wordt aangenomen dat ook deze druif werd geïntroduceerd in Sardinië tijdens de Spaanse overheersing. De Cagnulari druiven resulteren in briljante robijnrode wijnen met intense en elegante aroma's van bessen en jam omgeven door zachte en delicate noten. In de mond is het intens, warm en fijn zacht.

Cannonau
De Cannonau werd in de 14e eeuw door de Spanjaarden in Sardinië geintroduceerd en is de meest populaire rode druif op Sardinië: de teelt van deze druifsoort is wijdverspreid over heel het eiland en beslaat een totale oppervlakte van ongeveer 14.000 hectare. Het is goed voor 30% van de Sardijnse druiventeelt en in de provincie Nuoro neemt deze hoeveelheid maarliefst toe tot 70%. De Cannonau is hetzelfde druivenras als de Grenache uit Frankrijk of de Garnacha uit Spanje, echter heeft de Cannonau totaal verschillende kenmerken doordat deze in andere omstandigheden wordt geteeld. De wijnen van de Cannonau druif hebben een geconcertreerde en intense smaak met fruitimpressies (aardbei, kers en bosbes) en worden gekenmerkt door het relatief hoge percentage aan alcohol.

Carignano
De productie van deze unieke wijn wordt vrijwel volledig geconcentreerd in de regio Sulcis, een gebied tussen de uitlopers van het bergachtige zuidwesten van Sardinië en de zee. Het waren waarschijnlijk de Feniciërs die dit ras introduceerden in Sardinië. De oppervlakte van de teelt beslaat ongeveer 1700 hectare, maar ondanks de beperkte verspreiding kan de Carignano worden beschouwd als een van de belangrijkste en meest prestigieuze wijnen van Sardinië. De weerstand van Carignano tegen de zoute winden van de zee, maakt druiventeelt op het warme en zonnig Sulcis mogelijk. Per wijnstok is er een lage opbrengst. Dit resulteert in een geconcerteerde en sterk geurende wijn van diep robijnkleur. De wijnen van de Carignano druif worden net als de wijnen van de Cannonau druif gekenmerkt door een relatief hoog alcoholpercentage. De smaak wordt gekenmerkt door warme en omhullende aroma's van pruimen en kersen, zoete kruiden en chocolade, zoethout en zwarte peper.

Girò
De Girò werd als een van de vele druivenrassen vanuit het Iberische schiereiland tijdens de Spaanse overheersing in Sardinie geintroduceerd in Campidano di Cagliari (zuiden van Sardinië). De teelt is beperkt gebleven tot kleine gebieden in met name het zuiden van het Sardinië. Wijn van dit druivenras resulteert in zoete rode wijn en is een van weinige en unieke likeurwijnen in Italië die te vergelijken is met Spaanse Port. De wijn van deze druif toont een intense robijnrode kleur en geeft elegante aroma's die doen denken aan kersenjam en karamel. 

Malvasia 
De naam Malvasia is terug te voeren op de Griekse haven van Monemvasia op Peloponnesos, waar rond 1400 een bloeiende handel in wijn rechtstreeks naar verschillende locaties in de Middellandse Zee actief was. Met de handel in wijn kwam vanzelf de verspreiding van de Malvasia druif in verschillende Italiaanse gebieden. Volgens sommige geleerden werd de Malvasia reeds in de Byzantijnse periode over Sardinie verspreid. De vermoedelijke Griekse oorsprong wordt bevestigd door het synoniem in dialect ‘Alvarega’ wat betekent ‘wit Grieks’. Van deze druif worden twee wijnen DOC geproduceerd: Malvasia di Bosa en Malvasia di Cagliari. De twee wijnen zijn duidelijk verschillend, voornamelijk als gevolg van de verschillende klimatologische omstandigheden en de teelt. De wijn van de Malvasia druiven staat bekend als verfijnde en elegante dessertwijn, vaak geprezen voor zijn zoete en buitengewone elegantie, traditioneel beschouwd als een symbool van gastvrijheid en vriendschap, gereserveerd voor speciale gelegenheden en bijzondere mensen

Monica 
De Monica behoort tot een van de oudste Sardijnse wijnstokken. De wijnbouw van dit druivenras vindt plaats over het gehele eiland. Het wordt gekweekt op een oppervlakte van ongeveer 3000 hectare en beslaat ongeveer 13% van de wijnbouw. Zijn oorsprong is omstreden: een van de meest overtuigende theorieën is dat de druif rond de elfde eeuw op Sardinië kwam, toen de Camaldolese monniken het land om hun kloosters begonnen te bewerken. Een andere theorie beschrijft de introductie van de Monica tijdens de Spaanse overheersing onder de naam Morillo danwel Mora, waardoor de druif in sommige delen van het eiland de ‘Monica van Spanje’ of ‘Mora druif’ wordt genoemd. De wijnstok heeft het beste productiepotentieel op grond met een samenstelling van kalksteen in heuvelachtig gebied wat goed blootgesteld wordt aan de zon. In wijn welke uitsluitend wordt gemaakt van de Monica druif vindt men frisse geuren van bramen en kersen, rood fruit en een delicate kruidigheid. De smaak is aangenaam warm en zacht. Met de Monica worden twee soorten DOC wijnen gemaakt: Monica di Sardegna en Monica di Cagliari, waarvan de laatste nauwelijks gebruikt.

Moscato
De witte Moscato druif heeft een oude oorsprong; de druif wordt al sinds de Romeinse tijd in Sardinië gevonden. De Moscato was toentertijd bekend onder de naam ‘vitis apiana’ wat ‘druif van de bijen’ betekent, gezien de insecten door de zoete smaak van de Moscato worden aangetrokken. Deze wijnstok is aanwezig in bijna alle wijnbouwgebieden rondom de Middellandse Zee. In Sardinië vinden we de Moscato vooral in de kalkrijke gronden en de zonnige gebieden van Campidano en Romangia waar met name de zoete desertwijnen worden geproduceerd. Tevens wordt de Moscato geteeld in de granietbodem in de Gallura streek waar van de Moscato minder zoete en mousserende wijn wordt gemaakt. Deze drie wijngebieden corresponderen met de drie verschillende en karakteristieke subtypes van de Moscato en worden geïdentificeerd met de productie van drie soorten DOC wijnen: de Moscato di Cagliari, de Moscato di Sorso-Sennori en de mousserende Moscato di Sardegna. 

Nasco 
De witte druif Nasco wordt verbouwd in Sardinië verbouwd sinds mensenheugenis. De Nasco was al aanwezig op het eiland in de Romeinse tijd, of werd in ieder geval ingevoerd door de Romeinen. De naam in dialect ‘Nascu’ is afgeleid van het Latijnse ‘Muscus’ wat mos betekent, om de karakteristieke geuren van de Nasco te onderstrepen. De cultivatie is momenteel uitsluitend te vinden op de kalkrijke gronden in Campidano met een beperkte wijnproductie. De Nasco geeft wijnen met een dikke textuur en topaas gekleurd, met een zoete smaak van honing, overrijpe vruchten, dadel en vijgen.

Nuragus 
Onder de witte druiven van Sardinië, is de Nuragus nog steeds de meest geteelde druif. Per jaar wordt er zo’n 300.000 hectoliter wijn van de Nuragusdruif geproduceerd. De aanwezigheid van dit druivenras is voornamelijk geconcentreerd in de provincies Cagliari en Oristano waar het een gebied beslaat van ongeveer 3300 hectare. De oorsprong van de Nuragus druif gaat ver terug in de tijd; het is een van de eerste rassen die in Sardinië werd geïntroduceerd. Waarschijnlijk waren het de Fenicische zeevaarders die de druif naar Sardinië hebben meegenomen. De wijnstok van de Nuragus heeft een goed aanpassingsvermogen aan elk type terrein en is tevens goed bestand tegen schimmels. Daarnaast geeft de Nuragus een hoge productiviteit van wijn. De wijnen van de Nuragus hebben zijn stro gekleurd en hebben frisse aroma’s van witte bloemen, groene appel en citrus. De wijn is aangenaam verfrissend. Sinds 1975 wordt de Nuragus van Cagliari als DOC wijn erkend. 

Pascale di Cagliari
De oorsprong van het druivenras Pascale is onduidelijk. In de provincie Sassari beslaat de Pascale druif 20% van de wijngaarden. In de andere provincies van het Sardinië is de Pascale nauwelijks aanwezig, anders dan zijn naam doet vermoeden. De Pascale di Cagliari wordt vaak verwerkt samen met andere rode druiven zoals de  Cannonau en Cagnulari. 

Semidano
Deze witte druif heeft een onzekere oorsprong. Wel is bekend dat dit druivenras aan het einde van de jaren ‘800 werd getroffen door druifluis, met een flinke reductie van de wijnbouw van de Semidano in Sardinië als gevolg. Bij de aanplant van nieuwe wijngaarden werd de voorkeur gegeven aan wijnstokken die beter bestand waren tegen ziekten, zoals de Nuragus. Momenteel wordt de Semidano alleen geteelt in een klein gebied in Campidano, op een klei-kalksteen bodem. De vinificatie van deze elegante druif geeft een wijn van grote finesse, in het algemeen gekenmerkt door een heldere gouden stro kleur, bloemige en fruitige aroma's van perzik, abrikoos en noten, en een zachte en aangename smaak. De DOC Sardegna Semidano  werd opgericht in 1995.

Torbato
De witte druivensoort Torbato is ongetwijfeld van Spaanse afkomst, en werd ingevoerd tijdens de Catalaanse overheersing op Sardinië. De Torbato wordt alleen gecultiveerd op het grondgebied van Alghero, op een oppervlakte van slechts iets meer van 90 hectare. De Torbato is perfect aangepast aan deze regio met een kalkhoudende kleibodem en een droog en warm klimaat. De Torbato druif wordt alleen verbouwd om zijn wijn en als basis voor een goede mousserende wijn brut.
De wijn toont een bleke stro kleur, heeft intense geuren van bloemen en fris fruit, en is levendig en verfrissend in de mond. 

Vermentino 
De Vermentino is onder de witte druiven het meest typerende ras voor de wijnproductie op Sardinië. Vanuit het Iberisch schiereiland is dit druivenras via Corsica aan het einde van 1800 aangekomen in de Gallura streek in Sardinië. Inmiddels groeit de Vermentino over het hele eiland en beslaat zo’n 2800 hectare aan wijnbouw. Het telen van de Vermentino vereist geen bijzondere bodem- of klimaateisen, maar geeft wel de voorkeur aan een granietbodem. De wijn van de Vermentino uit Sardinië is een wijn van grote persoonlijkheid die niet wordt gevonden in andere Italiaanse / buitenlandse wijnen die tevens van de Vermentino worden geproduceerd. De Vermentino wordt onder andere gebruikt voor de productie van de DOCG Vermentino di Gallura.

Vernaccia 
Deze eeuwenoude en nobele druif is al sinds de tijd van de Feniciërs op Sardinië te vinden. De druif werd via het kustgebied van Oristano (het Sinaï-schiereiland) ingevoerd. Vernaccia is waarschijnlijk afgeleid van het latijnse woord vernaculus - inheems; de betekenis is dan zoiets als 'locale druif'. En inderdaad:  veel meer streken in Italië hebben een vernaccia. De wijnbouw bevindt zich momenteel uitsluitend in Oristano. De wijn die wordt gemaakt van de Vernaccia druif dankt zijn bijzonderheid aan de rijping van tenminste 3-4 jaar in eiken vaten. De wijn van de Vernaccia heeft geuren van gedroogd fruit, amandelbloesem en honing en een smaak van bitter fruit met een lange volharding. De Vernaccia di Oristano wordt sinds 1971 erkend als DOC wijn.

 

Klik hier voor een fotoimpressie van Vini Sardi en voor de foto's van afgelopen proeverijen.





Copyright Vini Sardi 2009 | Site by Insite E-Solutions & DTP